top of page
Zoeken

Vrijdag 11 september 2020

  • Foto van schrijver: Kees
    Kees
  • 11 sep 2020
  • 6 minuten om te lezen

Vide grenier! Aanstaande zondag is het hier op de Esplanade de jaarlijkse 'vide grenier' van de samenwerkende ouderenbonden van Uzès - móét je bij zijn, onvoorstelbaar wat Uzétiens in hun 'troisième age' allemaal kwijt willen, en vaak nog voor minder dan de spreekwoordelijke appel-en-een-ei - maar hier is het vandaag al zolderopruiming. De trefwoorden zijn: bestsellerlijst, pavillon, vrouwenwielrennen, en informele vereniging.


Op vrijdag zeven augustus ging het hier over romans waarin het zweet van de muren druipt, en meer in het bijzonder over het tweede boek van Nicolas Mathieu ('Leurs enfants après eux' - de zeer goede Nederlandse vertaling kreeg helaas de lelijke, platte titel 'De uitzichtlozen' mee), en op donderdag twintig augustus was het onderwerp van de verzameling praatjes en plaatjes van die dag onder andere de gewoonte van veel Franse uitgevers alle nieuwe romans voor het najaar en de winter op de dag van de rentrée - die daarmee ook een rentrée littéraire wordt - in één machtige worp op de markt te slingeren, en de gewoonte van schrijfster Amélie Nothomb om met haar boek-van-het-jaar in de periode daarna de bestsellerlijsten aan te voeren.

Inmiddels zijn hier de eerste bestsellerlijsten van na de rentrée in de kranten verschenen (een gebeurtenis waar het hele boekenvak en alle boekenlezers reikhalzend naar uitzien - een beetje zoals we vroeger uitkeken naar de laatste Engelse hitlijst voor de Kerst om te zien wie de meest prestigieuze nummer-één-positie van het jaar had weten te veroveren), en kijk nou eens:

De lijst wordt niet aangevoerd door Nothomb, maar door de zeer excellente Emmanuel Carrère, wiens nieuwe boek dan misschien wel 'Yoga' heet maar gelukkig weer nagenoeg uitsluitend over Emmanuel Carrère gaat - zijn 'Limonov' is zonder twijfel een van de allerbeste boeken die ik de afgelopen tien jaar las - en Amélie Nothomb moet niet alleen het twaalfde boek van Camille Laurens voor laten gaan, maar ook de vorige week uitgekomen pocket-editie van 'Leurs enfants après eux'. Daar zijn er dus in een week ook zomaar een stuk of vijftigduizend van verkocht - heel goed, heel goed. (De non-fictie-lijst wordt overigens aangevoerd door een bundel met essay's en krantenstukken van de recent overleden Gisèle Halimi, over wie we op vrijdag eenendertig juli schreven.)

In de kranten van morgen 'nieuwe kansen, nieuwe prijzen'.


Vorige week dinsdag stond de aflevering van deze serie praatjes met plaatjes in het teken van Jean Racine, en dan vooral van de vaak tamelijk hardhandige wijze waarop Uzès nu al heel wat jaren bezig is hem als Grote Zoon van dit stadje te annexeren. In de editie van het lokale weekblad Le Républicain van deze week, die gisteren verscheen, is opnieuw een fraai staaltje annexatie te zien, maar deze keer gebeurt dat op enigszins indirecte, subtiele wijze. Het onderwerp van het stuk op pagina drieëntwintig is het stenen huisje dat vorige week dinsdag op deze foto stond

en waarvan allerwegen wordt aangenomen dat Racine er tijdens zijn (gedwongen) verblijf in dit stadje heeft gewoond. Zekere Bernard Malzac heeft in een stoffige hoek van zijn studeerkamer een artikel uit het jaar negentienhonderd tweeëndertig gevonden, en maakt aanstalte om met de schrijver van dat stuk, de vijftig jaar geleden overleden jurist en historicus Marcel Fabre, in polemiek te gaan, en wel over het antwoord op de vraag: heeft Racine wel echt in dat huisje - dat hier Le Pavillon Racine wordt genoemd - gebivakkeerd of woonde hij elders in Uzès?

Een kwasi 'querelle des historiens' met iemand die er al een halve eeuw niet meer is, en over een onderwerp dat al een paar eeuwen geleden is afgehandeld, alleen om de woordcombinatie 'Uzès - Racine' zo vaak mogelijk in de kolommen van de krant te kunnen krijgen - en geen woord over het feit dat Racine het hier haatte. Ik bedoel maar.


Afgelopen maandagmiddag raasden rond half twee ter hoogte van de driesprong hier aan het einde van rue PF de honderdennegen deelnemers aan de vijfde etappe van de 'Tour Cycliste Féminin

Internationale de l'Ardèche' voorbij, maar onze heldin Céline Lauret, die tijdens de 'Grand Prix Cycliste de la Ville d'Uzès' zo intrigeerde en over wie we in onze praatjes met plaatjes van maandag tien en zaterdag vijftien augustus met de nodige bewondering schreven, was daar niet bij - zo bleek later uit de deelnemerslijsten die de koersorganisatie had gepubliceerd.


Céline! Vertel! Wat was er aan de hand - niks ernstigs, hoop ik?

Nee hoor, ik heb uiteindelijk de minder zware ééndaagse versie van de ronde gereden, afgelopen zondag, op het parcours in de Lozère, het departement waar ik woon. Ik wilde aparte aandacht vragen voor 'Les Loz'elles', de groep fietsende vrouwen waar ik de oprichter en voorzitter van ben, en die zich inzet "pour pousser les filles à pratiquer le vélo".

Heel goed, heel goed. Nog gewonnen?

Het vrouwenwielrennen heeft gewonnen, daar ben ik zeker van.

(De etappekoers werd afgelopen woensdag overigens gewonnen door de Amerikaanse Lauren Stephens van het team 'Tibco - Sillicon Valley Bank', die ook het puntenklassement won. Beste Nederlandse werd Yara Kastelijn, van de ploeg 'Steylaerts 777' en van origine cyclo-crosser, die vierde werd. Zij ging ook met de bolletjestrui - voor de winnaar van het bergklassement - naar huis.)


Hé! Kijk nou! Het is vrijdag! Hoogste tijd voor de vrijmibo!

Hoe dat zit, dat van die club van een stuk of zes, zeven artiesten die proberen de klassieke Franse chanson-traditie met moderne middelen voort te zetten? Nou, die club bestaat helemaal niet. Ik heb een hele tijd geleden - het zal zo'n vijftien jaar terug zijn - maar wat verzonnen. Er zijn wel een stuk of zeven artiesten die lid van die club zouden kunnen zijn, als-ie zou bestaan, en vaak lijkt het erop dat ze (artistieke) vrienden zijn: ze verschijnen nogal eens op het podium bij elkaars concerten en zo. Laten we zeggen: een informele vereniging.


In deze verzameling praatjes met plaatjes ging het al eens over Benjamin Biolay en (Bruno) Bénabar; vandaag is het in Frankrijk meest geliefde lid van het clubje aan de beurt: Vincent Delerm. Buiten Frankrijk heeft nog nooit iemand van hem gehoord, maar hier houdt alles en iedereen van zijn meestal melancholieke en altijd tamelijk humoristische liedjes. Hij is de zoon van de hier behoorlijk bekende schrijver Philip Delerm en Martine Delerm, die kinderboeken illustreert, en wilde eigenlijk filmregisseur worden zodat hij zichzelf tijdens zijn studietijd enigszins die kant op voor-sorteerde: hij studeerde af met een scriptie over François Truffaut. Tijdens die studietijd begon-ie evenwel ook af en toe op te treden, solo achter een piano, en dat beviel zo goed dat hij rond de eeuwwisseling naar Parijs vertrok om op te gaan treden in de clubs en clubjes. Onmiddellijk na het verschijnen van zijn debuut in tweeduizend twee zong heel het land mee met de lead-single van dat album, en nadat hij er mee in de zeer veelbekeken tv-show van Michel Drucker was geweest - het onderwerp van het liedje op een grote rode bank - sloot heel Frankrijk die verlegen ogende jongeman in de armen. Er is allerlei gedoe over de rechten van zijn tv-optredens, en de beelden van dat debuut bij Drucker zijn dus nergens (meer) te vinden, helaas, maar voor een audio-only van de originele album-uitvoering klikke men hier:


Vincent Delerm is dikke maatjes met Jeanne Cherhal, een van de vrouwelijke leden van die niet-bestaande club; en hier doen ze, tijdens een optreden van Delerm in de Parijse Bataclan, in mei van het jaar tweeduizend drie, samen met Albin de la Simone (over wie binnenkort meer), een versie van Anne Syvestre's klassieker 'Les gens qui doute':


Van Jeanne Cherhal zijn inmiddels, nadat ze in tweeduizend twee, hetzelfde jaar als Delerm, debuteerde zes reguliere studio-albums verschenen. Meestal vind ik een stuk of vier, vijf per artiest wel genoeg, maar van Cherhal staan zo'n twaalfhonderdennegentig kilometer verderop alle, echt alle, cd's in de kast, en zal ik alle nieuwe blijven kopen. Zij wist wèl al heel jong dat ze muziek wilde maken en haar eigen liedjes wilde schrijven - niet echt voor de hand liggend voor een dochter van een loodgieter en een poetsvrouw - en daarom ging ze op dertienjarige leeftijd op pianoles. Tijdens haar studiejaren (ze is afgestudeerd als filosoof) trad ze her en der op als lid van diverse bandjes, maar uiteindelijk bleek een solo-carrière natuurlijk onvermijdelijk. Een paar geheide WR-Favo's op haar conto, deze dame - bijvoorbeeld deze single van haar vierde album ('Charade') uit tweeduizend tien:


Stappen? 2059!

À la prochaine!

 
 
 

Opmerkingen


© 2023 by Train of Thoughts. Proudly created with Wix.com

Thanks for submitting!

bottom of page